SCHERMEN IS EEN BELANGRIJKE OLYMPISCHE SPORT IN FRANKRIJK, MAAR WORDT OOK IN NEDERLAND STEEDS GROTER EN SUCCESVOLLER. NA GROOT SUCCES VOOR HET NEDERLANDS SCHERMEN BEGIN 20E EEUW, WERDEN DE PRESTATIES MINDER. TOTDAT BAS VERWIJLEN IN PEKING 2008 EEN FRAAIE 8E PLAATS WIST TE BEHALEN. DAARNAAST ZIJN ER OOK DIVERSE MEDAILLES GESCOORD BIJ WERELDKAMPIOENSCHAPPEN, EN WON BAS VERWIJLEN IN FEBRUARI NOG DE WERELDBEKERWEDSTRIJD IN CANADA DAARNAAST BESCHIKT NEDERLAND OOK OVER EEN GETALENTEERDE GROEP JONGE DEGEN- EN FLORETSCHERMERS, WAARONDER DANIËL GIACON. WIJ HEBBEN DUS VEEL VERTROUWEN IN DE TOEKOMST VAN HET NEDERLANDS SCHERMEN!

INTRODUCTIE VAN HET SCHERMEN

Schermen is een vechtsport die je beoefent met een wapen. Bij hedendaags schermen hebben twee spelers een duel, met daarbij de nodige uitrusting om hun veiligheid te garanderen. De spelers staan samen op een loper (ook wel ‘piste’ genoemd) en zetten alles op alles om de ander te raken, zonder zelf geraakt te worden. Bij het moderne schermen wordt hiervoor meestal elektrische trefferaanduiding gebruikt. In dat geval zullen beide schermers een treffer en dus punt scoren wanneer ze elkaar raken binnen een bepaalde tijd. Dit maakt het moderne schermen heel snel en dynamisch. Het wapen kan een floret, een degen of een sabel zijn. Het verschil tussen de wapens lees je verderop in dit sportadvies. Per wapen gelden er andere regels.

GESCHIEDENIS VAN HET SCHERMEN

Voordat het een sport werd, vond schermen plaats op het slagveld en in gevechtstraining. Qua wapens gebruikte men toen degens, sabels en bajonetten. Naarmate steekwapens minder gebruikt werden op het slagveld, is schermen wel verbonden gebleven aan duels. In de 18e eeuw ontstond de floret, een licht wapen specifiek om het schermen te oefenen. Nadat het eind 19e eeuw een sport werd, kreeg het ook een plaats op de eerste moderne Olympische Spelen in 1896. Sindsdien is schermen één van de vijf sporten die sinds de eerste editie altijd op het programma van de Olympische Spelen heeft gestaan.

SCHERMEN, EEN SPORT VOOR IEDEREEN?

De sport schermen vereist tactisch inzicht, fysieke kracht, snelheid, goede reflexen, beslissingsvermogen, evenwicht en ritme. Op fysiek niveau wordt er dus veel van je als schermer gevraagd, maar ook op mentaal niveau. Denk hierbij aan fair play, eergevoel, discipline, humor, vreugde, de wil om te winnen en het omgaan met een nederlaag. Kortom: het bevat veel elementen. Gelukkig kun je veel van deze elementen ook aanleren, wat de sport toch heel toegankelijk maakt. Schermen wordt niet voor niets steeds populairder bij veel verschillende mensen. Schermen is geschikt voor iedereen, al vanaf vijf jaar. In Nederland kun je je momenteel aansluiten bij ongeveer 70 schermverenigingen en kun je op meer dan 80 locaties de sport beoefenen. Op de site van de Koninklijke Nederlandse Algemene Schermbond (KNAS) vind je een overzicht van alle schermverenigingen in Nederland. Dankzij deze vele verenigingen en schermclubs, wordt schermen in Nederland steeds toegankelijker. Wat belangrijk is om te weten, is dat lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Algemene Schermbond (KNAS) noodzakelijk is om verzekerd te zijn en mee te doen aan onder andere wedstrijden en competities. Ook kun je dankzij het lidmaatschap meedoen aan cursussen en opleidingen, om je schermniveau naar een hoger level te tillen.

ENKELE TERMEN UIT HET SCHERMEN

Net als bij ieder andere sport, kent de sport schermen veel regels en termen. De ene term zal je bekender in de oren klinken dan de andere term. Hieronder leggen we je de meest belangrijke uit.
Pareren: verhinderen dat je getroffen wordt, door met je eigen wapen het wapen van de tegenstander af te slaan (ook wel: afweren). Het liefst zonder ook maar een stap achteruit te zetten!
Wapencontact: een tac is de officiële term (en klanknabootsing) van de degens die elkaar raken. De ene tac leidt natuurlijk tot de ander die terugslaat.
Het trefvlak: het trefvlak verwijst naar het deel van het lichaam waar een treffer punten oplevert. Het trefvlak verschilt per wapen. Bij floret is het trefvlak alleen de romp en bij sabel is het trefvlak het gehele bovenlichaam (inclusief armen en hoofd). Bij degenschermen wordt het hele lichaam gezien als trefvlak.
En garde (in houding): Frans is de officiële taal van de sport, en en garde is dan ook de welbekende term om in schermhouding te gaan staan, klaar voor de wedstrijd.

WELKE WAPENS ZIJN ER?

De sport schermen kun je dus beoefenen met een floret, degen of sabel. Je kiest je wapen op basis van je niveau en hoe vaak je schermt.

Schermen, wat is dat?

FLORET

Een floret is een steekwapen en wordt gezien als een echt sportwapen. Een floret heeft  een rechthoekig lemmet (het scherpe deel van het zwaard waarmee je steekt), omdat je de tegenstander met de punt raakt. Bij floretschermen geldt er een voorrangsprincipe bij het toekennen van een treffer: als je als schermers elkaar tegelijkertijd raakt, bepaalt de scheidsrechter wie de aanval maakte en dus het punt krijgt. Dit wordt ook wel “het recht van aanval” genoemd. Oorspronkelijk, aan het eind van de 18e eeuw, werd het floret gebruikt als oefenwapen. In tegenstelling tot de sabel en de degen heeft het floret nooit de wapenzaal verlaten: het werd niet gebruikt op het slagveld of tijdens duels. De term komt van het Franse fleur (wat ‘bloem’ betekent) en verwijst naar de bloemvormige knop die de punt beschermt. Intussen hebben alle wapens zo'n knop, waarmee je kunt aanvallen zonder risico te lopen op blessures.

Schermen, wat is dat?

DEGEN

Het degenschermen is de meest toegankelijke vorm van schermen. Aanvallen gaat relatief traag vergeleken met andere wapens, aangezien je voornamelijk in de dekking zit. Hierdoor kan het publiek makkelijk de schermpartij volgen. In tegenstelling tot het floretschermen, krijgen beide schermers standaard een punt wanneer ze elkaar tegelijkertijd treffen. Hierbij geldt dus niet het recht van aanval. Een degen is 110 cm lang en weegt maximaal 770 g. Omdat je bij degen het wapen voornamelijk voor je houdt, kan dit best zwaar worden. Het lemmet heeft een driehoekige doorsnede en de randen zijn niet scherp. De knop op het einde van het lemmet werkt zoals een schakelaar: je moet er een bepaalde druk op uitoefenen om een elektrisch signaal door te geven en dus te scoren. De kom van de degen is gesloten en beschermt de hand van de schermer. De degen zelf is elektrisch geïsoleerd zodat ze niet kan meetellen als trefvlak.

WELKE WAPENS ZIJN ER?

SABEL

De sabel verschilt van de andere twee wapens omdat je niet alleen met de punt mag raken, maar ook met de snijkant en de tegensnijkant. Je mag bij deze vorm van schermen dus ook slaan. Net als bij floretschermen, geldt bij sabelschermen het recht van aanval om te bepalen wie van de twee schermers het punt krijgt bij een dubbele treffer. De geldige aanvalszone bij sabels is overgeërfd uit de ruitersport, waar de sabel het voorkeurswapen was. Om de paarden bij gevechten te ontzien, werd er niet onder de heuplijn en op de handen aangevallen. Hierom mag je bij sabelschermen alleen boven de gordel aanvallen, waardoor alle overige lichaamsdelen, inclusief het hoofd, wel een geldige aanvalszone vormen.

WELK MATERIAAL HEB JE NODIG?

Om veilig te kunnen schermen heb je een goede uitrusting nodig, waarin je ook genoeg bewegingsvrijheid hebt. Je uitrusting bestaat uit materiaal en kleding en kan meestal het eerste jaar gehuurd of geleend worden van de club. Vanwege de veiligheid mag je uitrusting geen lussen of gaten hebben waarin de punt van de tegenstander kan haperen of vastraken. De stof van de outfit moet bestand zijn tegen metalen punten; je wilt natuurlijk niet dat de scherpe punt door de stof heen komt. Op die metalen punten moet een kracht van 350 of 800 Newton op kunnen worden uitgeoefend. De slab van het masker kan zelfs gemaakt worden in materiaal van 1600N! Om veilig te schermen moeten volwassenen deze 1600N aanhouden bij het kopen van een masker.

Wat heb je precies nodig?
- Vest: voor elk wapen moet het onderste deel van je vest je broek voor minstens 10 cm overlappen.  
- Ondervest: draag je aan de kant van je gewapende arm en beschermt vooral je hals onder de slab van je masker, de twee holtes onder en boven je sleutelbeen en de oksel zone van je gewapende arm. Het dragen van een beschermend ondervest is verplicht.  
- Borstplaat: ook wel bustier genoemd, beschermt je borst. Een borstplaat is verplicht voor vrouwen.
- Broek: draag je onder je schermvest en maak je vast onder je knieën.
- Handschoen: de manchet van je handschoen moet de helft van je gewapende onderarm volledig bedekken om te voorkomen dat het lemmet van de tegenstander in je mouw kan komen.  
- Sokken: moeten je been volledig bedekken tot onder je broek en mogen niet afzakken.  
- Schoenen: zijn verstevigd bij je hielen en aan de binnenkant voor een goede bescherming tijdens verplaatsingen, uitvallen en het terugkeren naar de beginpositie (retour en garde).  
- Masker: bestaat uit een traliewerk, een slab, een sluiting achter aan het masker en een lipje. Moet dus minstens 1600N hebben voor volwassenen.

Let op: je keuze voor je vest, ondervest, broek en handschoen hangt af van het feit of je linkshandig of rechtshandig bent. Dit staat meestal al meteen bij de productnaam aangegeven.