Bestaat er ook een spelregelbewijs voor andere teamsporten?
Het spelregelbewijs is een officieel bewijs bij voetbal, maar er bestaan ook gelijkaardige proeven bij andere sporten, zoals basketbal. Dit laatste bestaat uit twee delen.
- Deel 1: In het eerste deel krijgt de deelnemer uitleg over het reglement van de sport. De focus ligt op basisonderwerpen die elke speler moet kennen. Denk aan de loopregel, de tijdsregels en een overzicht van de mogelijke persoonlijke fouten. Men ondersteunt die uitleg met afbeeldingen en soms ook filmpjes. Het eerste deel eindigt met een aantal oefenvragen om de theoretische kennis te toetsen.
- Deel 2: Denkt een speler de regels voldoende te kennen en te begrijpen? Dan kan hij of zij deelnemen aan de eindtoets, die uit 30 vragen bestaat. Sommige daarvan zijn gewone tekstvragen, andere zijn gebaseerd op video's. Wanneer de deelnemer de vragen correct heeft beantwoord, heeft hij of zij het spelregelbewijs behaald.
Tip: om deelname aan de oefenvragen en eindtoets voor het spelregelbewijs zo toegankelijk mogelijk te maken, biedt men beide tegenwoordig ook in het Engels aan. Op officiële websites van voetbal- en basketbalverenigingen kan een deelnemer de taal vaak zelf aanpassen.
Bij een sport als basketbal geldt het spelregelbewijs vooral als maatstaf voor het testen van de kennis van scheidsrechters in wording. Naast het feit dat deelnemers het spelregelbewijs moeten behalen via e-learning zijn er nog andere eisen. Zo moet een deelnemer minstens 13 jaar oud zijn en aangesloten zijn bij een officiële basketbalorganisatie (zoals Basketbal Vlaanderen).