Wat zijn de spelregels voor honkbal in het kort?
Honkballers spelen een wedstrijd van ongeveer 3 uur en deze periode is opgedeeld in negen innings. Tijdens deze innings komt ieder team aan slag. Het komt voor dat een wedstrijd langer dan deze 3 uur duurt. Het idee bij een honkbalwedstrijd is dat een team tijdens een inning aan slag komt en het andere team verdedigt op dat moment. Door de bal strategisch in het veld te slaan, rennen de spelers vanaf de honken naar de thuisplaats. Zolang het team in het veld de bal niet gevangen of teruggespeeld heeft, kunnen de spelers de honken aflopen zonder het risico uitgetikt te worden.
Pas nadat de bal geslagen is, mogen de spelers gaan lopen. De speler schat zelf in of het veiliger is om op het honk te blijven staan, slechts een honk verder te lopen of om het hele veld rond te gaan. Is de speler eenmaal aan het lopen en raakt de honkman het beoogde honk met de bal in zijn hand of met zijn handschoen? Dan is de speler uitgetikt. Dit is ook het geval als de speler niet meer terug kan naar het honk dat hij verliet, omdat dit inmiddels door een andere speler bezet is.
Het wisselen van de speelbeurt tijdens een inning vindt plaats als een team drie keer achter elkaar de bal uit maakt. Er zijn verschillende manieren waarop dit gebeurt. Een bal is uit als deze direct na de slag in de lucht wordt gevangen. Een team is ook uit als bij het aangooien drie keer misgeslagen wordt. In dat geval gooit de werper de bal wel goed aan, maar maakt de slagman een misslag.
Aan het begin van de honkbalwedstrijd staan er nog geen spelers op de honken. Het komt voor dat het eerste honk bezet blijft door de eerste slagman. De tweede slagman kan daardoor niet doorlopen. In dat geval is er sprake van een gedwongen loop en moet de eerste loper dus verplicht naar het tweede honk doorlopen. Het is namelijk niet toegestaan dat twee honklopers op een honkplaat staan. Wanneer er een gedwongen loop is, moet de honkloper door de honkman uitgetikt worden zodra hij het honk niet meer aanraakt.




