Spelregels beachvolleybal: speelveld en teamopstelling
Volgens de spelregels van beachvolleybal speel je een wedstrijd op een rechthoekig zandveld van 16 meter lang en 8 meter breed. Dit veld is dus kleiner dan bij zaalvolleybal. De middenlijn verdeelt het veld in twee gelijke helften. Er is geen specifieke aanvalslijn aanwezig, wat betekent dat je als speler vanaf elke plek mag aanvallen. Elk team bestaat uit twee spelers. Er zijn geen wisselspelers en geen coach langs de zijlijn. Dit houdt in dat je als speler zelf alles mag bepalen: de tactiek, communicatie en aanmoediging. Omdat je bovendien speelt met in totaal twee spelers heeft iedereen een allround rol. Er zijn geen vaste spelers, zoals een spelverdeler of libero. Omdat je met beide spelers het volledige speelveld bedient, maak je veel bewegingen. Van duiken tot slimme plaatsingen van de bal. Om je energie zoveel mogelijk te sparen, is het belangrijk dat je goed met je partner samenwerkt. Vaak zie je dat één speler de blokker is aan het net, terwijl de ander de verdediger achterin is. Deze rollen kun je uiteraard voortdurend verwisselen, zodat je gevaarlijker bent voor je tegenstander.
Het net staat volgens de spelregels van het beachvolleybal op 2,43 meter hoogte bij mannen en 2,24 meter bij vrouwen. Er zijn in de buitenlucht altijd wind en zon aanwezig, dus de omstandigheden veranderen continu. Om het spel eerlijker te maken, wissel je daarom volgens de spelregels van het beachvolleybal van kant na elke 7 punten. De teamopstelling is verder vrij. Er is geen verplichte rotatie zoals in het zaalvolleybal. Alleen de serveerder wisselt na elk punt. Hierdoor is meer snelheid en variatie in de wedstrijd. Beachvolleybal is dus enorm uitdagend in vergelijking met regulier volleybal, maar vraagt ook om een sterke samenwerking met je partner.






