Regels van ultimate frisbee: hoe werkt het spel?
De regels van ultimate frisbee zijn eenvoudig, maar vragen om tactiek, techniek en uithoudingsvermogen. Ultimate frisbee speel je op een rechthoekig veld van 100 bij 37 meter, met aan beide uiteinden een endzone van 18 meter diep. Twee teams van zeven spelers nemen het tegen elkaar op. Het doel is om de frisbee in de endzone van de tegenstander te vangen, wat te vergelijken is met een touchdown in American football.
Ultimate frisbee begint met een pull, wat een soort aftrap is. Hierbij gooit één team de frisbee naar het andere team. Vanaf dat moment gaat het om het passen van de frisbee. Als speler mag je niet rennen met de frisbee in je handen. Je moet hierbij stilstaan en de disc doorgeven door middel van een pass. Als een speler de frisbee niet vangt of het veld verlaat, krijgt de tegenstander de disc. Om een punt te scoren, moet je als speler de frisbee vangen in de endzone van de tegenstander. Nadat een punt is gescoord, begint het spel met een nieuwe pull door het team dat het punt verloor. Vooraf bepaal je met de teams of je speelt tot een vooraf afgesproken aantal punten, zoals 15, of tot de tijd om is.
Belangrijk bij ultimate frisbee is de turnover. Dit gebeurt wanneer je de frisbee niet goed vangt en de disc uit het veld gaat. Ook wanneer je beweegt met de frisbee, wat travelling heet, vindt de turnover plaats. Hierbij krijgt het andere team de frisbee in handen. Omdat er geen scheidsrechters zijn, ben je als speler zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. Deze nadruk op zelfbeheersing en sportiviteit maakt ultimate frisbee uniek. Het belangrijkste principe van ultimate frisbee is dan ook wel de zogenaamde 'spirit of the game'. Dit betekent dat je als speler eerlijk speelt, respect toont voor elkaar en zelf conflicten oplost. Je oefent dus niet alleen fysiek, maar werkt ook samen in teamwork.