Het toestel werkt op 4 AA-batterijen. Je kunt alkalinebatterijen of oplaadbare Ni-MH-batterijen gebruiken. Schakel de cameraval uit voordat je de batterijen plaatst (schakelaar in de stand OFF). Let op de juiste polariteit en gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar. Als je de camera drie maanden of langer niet gebruikt, raden we aan de batterijen te verwijderen. Het apparaat kan ook worden gevoed met een externe voeding van 6 V/1,5 A.
De geheugenkaart plaatsen
De camera heeft geen intern geheugen. Je moet dus een micro-SD-kaart plaatsen (niet meegeleverd, minimaal klasse 10 met een maximale capaciteit van 256 GB) om het apparaat te laten werken. Schakel de cameraval uit voordat je de kaart plaatst of verwijdert (schakelaar in de stand OFF). Als je dit niet doet, kunnen opgeslagen bestanden verloren gaan of beschadigd raken.
Werking
Inschakelen:
- Om het apparaat in te schakelen, zet je de keuzeschakelaar in stand M1 (fotomodus 1), M2 (videomodus 2) of M3 (foto- en videomodus). Zodra de camera is ingeschakeld, maakt deze foto's en/of video's.
Uitschakelen:
-Zet de schakelaar in de stand OFF om het apparaat uit te schakelen. Ook als het apparaat is uitgeschakeld, verbruikt het nog een zeer kleine hoeveelheid energie. Daarom raden we aan de batterijen te verwijderen als je het product langere tijd niet gebruikt.
De cameraval op locatie installeren (deel 1 van 2)
Plaats de camera naar het noorden of zuiden gericht. Richt de camera niet naar het oosten of westen, omdat zonsopkomst en zonsondergang ongewenste activering kunnen veroorzaken en tot overbelichte beelden kunnen leiden. Als je een wildwissel wilt observeren, richt je de camera in de lengterichting van de wildwissel en niet haaks erop. Zo kun je meerdere dieren tegelijk in beeld krijgen als ze achter elkaar lopen.
De cameraval op locatie installeren (deel 2 van 2)
Verwijder takken en onkruid voor de camera. Bij wind of hoge temperaturen kunnen deze ongewenste activering veroorzaken. Controleer ook het batterijniveau voordat je het apparaat installeert. Controleer of de geheugenkaart correct is geplaatst en voldoende vrije ruimte heeft. Vergeet niet de camera in te schakelen voordat je vertrekt (zet de keuzeschakelaar in stand M1, M2 of M3).